Susanne Kikken.
Was als leerkracht 17 jaar verbonden aan Basisschool "De Wegwijzer" te
Heerlen. Vanuit haar belangstelling voor leerlingen met specifieke
onderwijsbehoeften werkt zij nu als ambulant begeleider.
"Ik heb veel gewerkt met leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Ik ben
altijd geïnteresseerd geweest in het proces van leren lezen. Voorheen was de
begeleiding gericht op de "betere" leerlingen, die interesse hadden in
leren lezen.
Ik heb ervaren dat deze aanpak het verschil tussen de kinderen
versterkt.
Ik wilde gaan investeren in leesontwikkeling van risicoleerlingen,
omdat deze anders een vertraging oplopen die blijvende gevolgen heeft".
Het is belangrijk dat kinderen rond hun
negende verjaardag nauwkeurig, vlot en met begrip kunnen lezen.
Na deze leeftijd
leren ze het doorgaans niet meer goed. (Vernooy, 2002)
Philo vd Sluijs.
Was eveneens 17 jaar in het basisonderwijs werkzaam,voornamelijk in de groepen 1
en 2. Momenteel werkt ze in haar eigen praktijk met leerlingen die lees en spellingsproblemen hebben.
Marita Reubzaet.
Was sinds 1975 als leerkracht / intern begeleider werkzaam aan basisschool de Schakel te Heerlen. Vanaf het begin van
haar schoolloopbaan hebben kinderen met taal/leesproblemen haar interesse gehad.
Vanuit deze interesse is zij nu orthodidactisch medewerker bij het Audiologisch
Centrum in Hoensbroek.
Karina Wetzelaer.
Als leerkracht ben ik mijn loopbaan gestart in de groepen 1 en 2. Op dit moment
werk ik als intern begeleider aan Basisschool Prins Willem Alexander te
Landgraaf. Daarnaast ben ik werkzaam als ambulant begeleider gericht op kinderen
met taalachterstanden en neveninstromers. Met name het werken met deze laatste
groep heeft ertoe geleid dat er aan het leeskastje een nieuwe impuls werd
gegeven. Woordenschat, "de sleutel tot schoolsucces" werd als belangrijke
schakel toegevoegd aan ons leeskastje.
Tijdens mijn studie “dyslexie specialist” kwam ik in contact met Susanne, Marita
en Philo en hebben we samengewerkt aan de invoering van
het dyslexie protocol, met name in de groepen 1 en 2. Het idee voor het
leeskastje was al snel geboren.
Ons idee werd zo enthousiast ontvangen dat we er wel verder mee moesten gaan.
Ieder deed dat op zijn eigen manier, op zijn eigen school. In het
samenwerkingsverband van onze school gingen we zover dat alle scholen voorzien
werden van een kastje. Daarna hadden ze aan een kastje niet meer genoeg.
Het dyslexie protocol ging nu pas echt “leven”, leerkrachten kregen een concrete
voorstelling van soms minder bekende begrippen.
Het onderstreepte de
waarde van de het invoeren van de tussendoelen. Vroeg signaleren en weten hoe te
handelen om leesproblemen te voorkomen,
is één aspect. Daarnaast kun je dyslexie niet voorkomen, ook niet met ons
leeskastje. Wat wel kan is naar ouders en leerkrachten van groep drie aangeven
wat het specifieke probleem is, wat er al aan gedaan is en hoe het kind verder
begeleid kan worden.
In het kader van het aantonen van de hardnekkigheid, criteria voor
dyslexieverklaring, is dit een belangrijk gegeven.